Een paar jaar geleden gooide iedereen glas de deur uit. Te koud, te strak, te veel jaren negentig salontafel-met-glazen-blad. Maar dit jaar duikt het materiaal weer overal op, van vazen tot bijzettafels, en het oogt niets meer als dat kille glas van toen. Het is dikker, kleurrijker en heeft zichtbare oneffenheden, alsof iemand het letterlijk met de mond heeft vormgegeven. Dat is namelijk precies wat er is gebeurd.
Glas is terug, maar niet het glas van vroeger
Waar glas vroeger vooral fungeerde als onzichtbaar materiaal dat je door heen kon kijken, wordt het nu juist ingezet om op te vallen. Denk aan een gedraaide vaas met kleine luchtbelletjes erin, een lamp met een kap die net niet symmetrisch is, of een dienblad met een rand die golft. Interieurstylisten noemen dit organisch glas: elk stuk is anders, en dat is precies het punt. Het is het tegenovergestelde van de perfect gepolijste glazen tafels uit de vorige decennia.
Die verschuiving past bij een bredere beweging in huisinrichting. Strakke, exacte vormen maken plaats voor rondingen en beweging, iets wat je ook ziet bij meubels: waarom rechte hoeken uit je interieur verdwijnen hangt samen met dezelfde behoefte aan zachtheid in huis.
Waarom deze trend nu opduikt
Na jaren van beige, rust en 'less is more' hebben mensen weer zin in karakter. Dat zie je terug in kleur, in prints, en dus ook in materiaal. Glas leent zich daar goed voor omdat het licht doorlaat en tegelijk een sculpturaal element in de kamer kan zijn. Een handgeblazen vaas op een dressoir doet meer dan een decoratief object: hij vangt het licht anders op elk moment van de dag, en dat geeft een ruimte net dat beetje extra leven.
Er speelt ook iets anders mee. Mensen zijn het gladde, massaproductie-gevoel beu en zoeken naar spullen met een verhaal. Een fles wijn kopen bij de supermarkt voelt anders dan een fles kopen bij de wijnboer, en zo werkt het ook met interieur. Dat verlangen naar het onperfecte zie je breder terug, ook bij onperfecte meubels die juist daarom zo gewild zijn.
Een eeuwenoud ambacht krijgt een nieuw podium
Handgeblazen glas is niet nieuw, het is eigenlijk een van de oudste ambachten die er zijn. Glasblazen ontstond al duizenden jaren geleden en kreeg zijn grootste faam via Murano, het Italiaanse eiland waar glasblazers eeuwenlang hun technieken perfectioneerden en angstvallig geheimhielden. Wie meer wil weten over hoe dat proces precies werkt, met een gloeiend hete glasmassa die via een metalen buis wordt uitgeblazen en gedraaid tot een vorm, kan terecht op de Wikipedia-pagina over glasblazen. Dat een techniek van duizenden jaren oud nu weer op je bijzettafel staat, zegt iets over hoe interieurtrends vaak minder nieuw zijn dan ze lijken.
Zo herken je goed handgeblazen glas
Niet elk glazen object met een gekleurde tint is per se handgemaakt, veel winkels verkopen machinaal geperst glas dat er wel zo uitziet. Een paar dingen om op te letten:
- Kleine luchtbelletjes of oneffenheden in het glas zijn een goed teken, machinaal glas is vaak te perfect
- Een lichte asymmetrie in vorm of rand, geen twee stukken zijn precies hetzelfde
- Een 'pontilmerk', een klein litteken onderaan waar het stuk werd losgemaakt van de blaaspijp
- Gewicht dat net iets ongelijk aanvoelt in verhouding tot de vorm
Deze details maken een stuk niet minder mooi, integendeel. Het is precies wat handgemaakt glas onderscheidt van de gladde spullen uit een fabriekshal.
Waar je het in huis het beste laat werken
Glas werkt het sterkst als je het laat opvallen in plaats van wegstopt. Een enkele grote vaas op een dressoir doet meer dan vijf kleine setjes verspreid door de kamer. Denk ook aan een glazen bijzettafeltje naast een bank met veel textuur, dat contrast tussen zacht en transparant werkt verrassend goed. Combineer het gerust met een ander materiaal dat juist om zijn ruwe, tactiele karakter bekend staat, zoals bouclé stof op een fauteuil: de een is glad en helder, de ander zacht en structuurvol, en samen voelt het meteen minder steriel.
Vermijd wel te veel glas bij elkaar in een kleine ruimte, dat oogt al snel kil en kan geluid juist harder laten weerkaatsen. Eén sterk stuk per kamer is vaak genoeg om het effect te laten werken zonder dat het een showroom wordt.
Zo bouw je de trend rustig op zonder alles weg te gooien
Je hoeft niet meteen je hele woonkamer te vervangen om mee te gaan in deze trend. Begin klein: een vaas, een set drinkglazen die je gewoon op tafel laat staan als decoratie, of een lamp met een glazen voet. Kijk op vlooienmarkten en tweedehands platforms, daar duiken regelmatig prachtige oudere glasstukken op voor een fractie van de prijs van nieuw handgemaakt werk, en ze hebben vaak al die typische oneffenheden die de trend juist zo aantrekkelijk maken. Glas dat al een geschiedenis heeft, past toevallig ook precies bij waar deze hele beweging om draait: spullen met karakter, in plaats van spullen die overal hetzelfde uitzien.